De veroordeling van Jezus door Pilatus zoals beschreven door Mattheüs en Lukas.
Jezus werd voor de gouverneur geleid en die vroeg hem: `Bent u de koning van de Joden?' `U zegt het zelf,' antwoordde Jezus.
De opperpriesters en de oudsten beschuldigden hem, maar Jezus zei niets. Pilatus vroeg: `Hoort u niet waarvan ze u allemaal beschuldigen?' Maar Jezus gaf hem geen enkel antwoord, en dat verbaasde de gouverneur zeer.
Maar zij hielden vol: `Hij brengt in heel het Joodse land het volk in opstand met wat hij leert! Eerst in Galilea, en nu hier.'
Toen Pilatus dit hoorde, vroeg hij: `Komt hij uit Galilea?'
En toen hij begreep dat Jezus uit het rechtsgebied van Herodes kwam, stuurde hij hem door naar Herodes. Die was op dat moment ook in Jeruzalem.

Herodes was zeer verheugd Jezus te zien. Hij had dat allang gewild, want hij had van hem gehoord. En nu hoopte hij Jezus een of ander teken te zien doen.
Hij stelde hem allerlei vragen, maar Jezus gaf geen enkel antwoord. De opperpriesters en de schriftgeleerden beschuldigden hem heftig. Toen begonnen Herodes en zijn soldaten hem te vernederen en te bespotten. Herodes liet hem een staatsiemantel omdoen en stuurde hem zo terug naar Pilatus. Op die dag werden Herodes en Pilatus vrienden; daarvóór waren ze altijd elkaars vijanden geweest.

Nu was het de gewoonte dat de gouverneur bij elk feest een gevangene vrij liet. Het volk mocht kiezen wie.
Op dat moment zat er een berucht man gevangen, die Barabbas heette. Pilatus vroeg aan de mensen die te hoop gelopen waren: `Wat willen jullie? Moet ik Barabbas vrijlaten of Jezus die Christus wordt genoemd?' Want Pilatus wist dat ze hem uit afgunst uitgeleverd hadden.
Terwijl hij op zijn rechterstoel zat, stuurde zijn vrouw hem een boodschap. `Houd je erbuiten,' waarschuwde ze hem, `die man is onschuldig. Vannacht heb ik in een droom veel om hem geleden.'
Maar intussen hadden de opperpriesters en de oudsten de menigte bewerkt: ze moesten Barabbas kiezen en Jezus laten doden.
`Wie van de twee willen jullie nu vrij hebben?' vroeg Pilatus hun. `Barabbas!' antwoordden ze.
`Maar wat moet ik dan doen met Jezus die Christus wordt genoemd?' `Kruisigen!' riepen ze allemaal.
`Maar waarom? Wat heeft hij dan gedaan?' Maar zij schreeuwden nog harder: `Aan het kruis met hem!'
Pilatus merkte dat hij niets bereikte; het tumult werd alleen maar groter. Daarom liet hij een schaal met water brengen, waste zijn handen voor de ogen van de menigte en zei: `Ik ben onschuldig aan het vergieten van zijn bloed. Het is jullie zaak.'
Maar het hele volk riep: `Zijn bloed op ons en onze kinderen!'
Toen liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jezus liet hij geselen. Daarna leverde hij hem uit om gekruisigd te worden.